Cement is een van de meest CO₂-intensieve industrieën ter wereld. De productie van cementklinker leidt tot aanzienlijke procesemissies die moeilijk te reduceren zijn. Voor importeurs van cement en cementproducten brengt CBAM significante verplichtingen en kosten met zich mee.
Welke cementproducten vallen onder CBAM?
CBAM is van toepassing op cementklinker (GN-code 2523.10) en cement (GN-code 2523.29 en 2523.90). Producten die cement als grondstof bevatten — zoals betonproducten, vloertegels of bouwmateriaal — vallen niet onder de huidige CBAM-scope (maar dit kan in toekomstige revisies veranderen).
Waarom is cement zo CO₂-intensief?
Cementproductie veroorzaakt emissies op twee manieren: verbrandingsemissies door het stoken van de cementoven op hoge temperatuur (ca. 1.450°C), en procesemissies door de chemische omzetting van kalksteen (CaCO₃) naar kalk (CaO) + CO₂. Dit laatste is onvermijdbaar en verantwoordelijk voor circa 60% van de totale emissies.
| Regio | Emissie-intensiteit (ton CO₂/ton klinker) | CBAM-kosten bij €65/ton |
|---|---|---|
| EU (gemiddeld) | 0,83 | € 54 |
| Turkije | 0,87 | € 57 |
| China | 0,91 | € 59 |
| India | 0,93 | € 60 |
| Vietnam | 0,88 | € 57 |
Relatief beperkte spreiding
Anders dan bij aluminium of staal zijn de emissieverscillen tussen cementproducenten per regio beperkt. De keuze voor actual values versus standaardwaarden leidt bij cement tot minder dramatische kostenverschillen.
Praktische aanpak voor cementimporteurs
Gezien de relatief uniforme emissiefactoren is de CBAM-last voor cementimporteurs vrij goed voorspelbaar. Focus op: tijdige registratie als declarant, het opvragen van basisemissiedata bij uw leveranciers, en het inplannen van de kwartaalrapportages in uw administratieve kalender.